Home
Rotary Challenge
Actueel
Volg ons
Reisverslagen
Video's
Sponsoren
Contact
Mijn profiel

Nieuws

Afbeelding van Poste de santé maternité Thierry Sabine
Poste de santé maternité Thierry Sabine

28 oktober 2018
Afbeelding van Care for natural, behandeling brandwonden
Care for natural, behandeling brandwonden

28 oktober 2018
Afbeelding van Smartphone over?
Smartphone over?

28 oktober 2018
 
 
 

Zondag 19 oktober 2014

 
20 oktober 2014
We gaan vandaag om 10 uur van start, maar als je al dagen vroeg bent opgestaan dan is uitslapen een utopie, we zijn er dus al weer op tijd uit. Als we naar het toilet gaan moeten we wel uitkijken want de sponning van de deur ligt er half uit, met een beetje pech gaat de deur niet meer open en dicht.  We hebben warm water en het is heerlijk even onder een warme douche staan. Daarna gaan we ontbijten en dat is een klein feestje, een croissant (alhoewel die niet helemaal goed doorbakken is) een stuk vers stokbrood en vers geperste jus d’orange, een lekker yoghurtje en koffie met melk, we beginnen onze dag goed.

Daarna nog even wachten tot iedereen  klaar is en dan vertrekken we. We rijden met een boog om de stad heen, dat schijnt vanwege de veiligheid te zijn, het zal.

We zien geen militairen, waar die dan gebleven zijn? Maar na een kilometer of wat staan ze ons dan toch op te wachten aan de kant van de weg. Ze brengen ons dus echt helemaal naar Rosso. We rijden verder over het platte en stoffige land. Alles ziet er stoffig uit, de aarde, de voertuigen, de huizen en de mensen. Hoe meer zuidelijk we rijden hoe meer groen we zien. Niet spectaculair maar heel voorzichtig begint het landschap te veranderen. Het wordt meer heuvelachtig en steeds groener, alhoewel dat nog wel prikbomen zijn. De dorpjes zien er redelijk verzorgd uit, soms hebben mensen een tentje waarin ze wonen, sommigen aan elkaar genaaide verzamelde oude lappen. Er zijn ook betere tenten bij, met witte daken. Middenin is het wat hoger en het loopt laag weg langs de zijkanten, daar kunnen zij met andere lappen de zijkanten dicht maken.

Sommigen hebben een betonnen bodem en daaromheen een heel klein muurtje gebouwd en daarboven is een tentdoek gespannen. Maar we hebben nog een variatie en dat is een betonnen bodem en daaromheen kippengaas. Er zitten of liggen vrouwen onder, en het dient als een woning. De laatste keuze zijn piepkleine huisjes met een plat dak, ongeveer ten grote van een gemiddeld schuurtje in Nederland. We zien dezelfde huisje maar dan helemaal betimmerd met verroeste blikplaten. Ziet er nog mooi uit ook.

Na uren rijden op een oude weg met gaten en waar de zijkanten flink zijn afgebrokkeld. Rijden we ineens op perfect asfalt, we weten niet wat we meemaken. Dat is wel even anders rijden dan het ontwijken van gaten en kuilen. Het wordt steeds drukker en dichter bebouwd, we naderen Rosso. Daar aangekomen stappen alle militairen uit de auto’s en gaan aan beide zijden van de weg staan, het lijkt wel een erehaag. De erehaag is dan wel de weg naar het wachten. We wachten uren en weten niet waarom. Cor is met alle paspoorten naar binnen, een soldaat in een groen legerpak met keurige enkellaarsjes in plaats van legerkistjes schrijft alle kentekennummers op van onze auto’s, zowel aan de voor en aan de achterkant! Je kan maar nooit weten hè, er zal maar een verschil zitten tussen de voor en de achterkant. Er liggen twee kleine pontjes klaar om de oversteek naar Senegal te maken. Bij de een kun je er zo oprijden en bij de ander moet je eerst door het water, ik ben benieuw op welke we de overtocht gaan maken.

Het is een druk verkeer op rivier van allerlei kleine langwerpige houten bootjes die van en naar de overkant varen. Er wordt van alles op vervoerd, personen, zakken rijst en zelfs een kudde geiten. We kijken hoed de geiten de boot uit komen en ik denk dat die geiten niet al te blij zijn. Ze worden echt de boot uit gesmeten en blijven soms nog half in de boot hangen. Zonder enig gevoel worden de poten dan gepakt en krijgen ze een zet extra. Al mekkerend staan ze verdwaasd in het water te kijken. Arme geiten.

Eindelijk is het dan zover, na het betalen van de nodige belastingen en net verhoogde prijzen krijgen we een bonnetje uitgedeeld voor het pont. Wij moeten door het water om er op te kunnen rijden, ik dacht het al. Het valt mee en we staan binnen de kortste keren op het pontje. De overtocht is maar een minuut of vijf en dan staan we in Senegal, maar we zijn er nog niet! We moeten ons opstellen in rijen en worden naar een kantoortje verwezen, net als we allemaal zitten blijken we in het verkeerde kantoortje te vertoeven dus worden we overgeheveld naar het volgende kantoor. Daar begint het lange wachten, want we moeten stuk voor stuk naar binnen en er worden vingerafdrukken genomen en een pasfoto. Het duurt uuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuren. Het begint nu al donker te worden en ik ben nog niet aan de beurt geweest. We zitten goed, vlakbij het veer dus het is een drukte van jewelste. In Senegal heb je direct het gevoel dat het leeft. Vrouwen lopen op straat met schalen op hun hoofd die zijn volgestopt met van alles en nog wat. Vaak nog een baby op de rug. Ik zie even geen gesluierde vrouwen en ze maken contact. Ze lopen in fleurig gekeurde kleding, dit wordt weer zwart Afrika en daar ben ik gek op.

Ineens moeten we allemaal gaan staan want de vlag wordt officieel gestreken, dat gaat op een hele serieuze manier, ook het vouwen en naar binnen brengen van de vlag. Wij zijn ondertussen weer gaan zitten en moeten weer gaan staan want de vlag moet officieel naar binnen worden gedragen, tuurlijk gaan wij weer staan.

Ondertussen blijft er druk personenvervoer van en naar het pondje gaan, er loopt zelfs een vrouw met een babybadje op haar hoofd en tot de nok toe gevuld met spullen. We zien kinderen die zwemmen met lege waterflessen op hun rug gebonden, tja zo kan je ook blijven drijven en gebeurt er met dat plastic ook nog wat goeds.

Terwijl de zon ondergaat doet de moskee de oproep tot het gebed, een mooi moment.

Ondertussen ontmoet ik de verkoper waar ik vorig jaar wat heb verkocht, maar dat was bij de andere grensovergang, ze krijgen volgens mij alles door .

Het is wel mooi om te horen hoe ze onze namen verbasteren als we worden opgeroepen voor de foto en de vingerafdrukken. De meest rare namen komen voorbij maar we komen er uit en om beurten mag iedereen naar binnen. In een klein kamertje zit een pikzwarte man achter een bureau en hij zegt geen woord, de enige beweging die hij maakt is het kauwen met half open mond op een stuk kauwgom. Ik kan er niets aan doen maar moet steeds aan Idi Amin denken. Een wat gezelliger type legt uit wat er moet gebeuren. Ik heb nog nooit zo mooi op de foto gestaan, prachtige kraalogen, het lijkt echt! Maar goed het visum wordt in mijn paspoort geplakt en ik mag het land in. Voordat iedereen deze procedure heeft doorlopen is het ongeveer 20.30 uur en kunnen we vertrekken, we moeten nog zo’n 100 km. rijden. In het pikkedonker met de knipperlichten aan rijden we in colonne naar st. Louis, jammer dat we niets meer zien dan een pikdonkere weg en knipperende lampen. Maar goed na ruim een uur rijden zijn we dan bij hotel Dior en hier staat er een diner voor ons klaar en grote flessen koud bier.

Dat laat iedereen zich goed smaken en het is een gezellige avond met de groep.

Te laat duiken we ons bed in, maar gezellig was het wel.

 
Zondag 19 oktober 2014

We gaan vandaag om 10 uur van start, maar als je al dagen vroeg bent opgestaan dan is uitslapen een utopie, we zijn er dus al weer op tijd uit. Als we naar het toilet gaan moeten we wel uitkijken want de sponning van de deur ligt er half uit, met een beetje pech gaat de deur niet meer open en dicht. We hebben warm water en het is heerlijk even onder een warme douche staan. Daarna gaan we ontbijten en dat is een klein feestje, een croissant (alhoewel die niet helemaal goed doorbakken is) een stuk vers stokbrood en vers geperste jus d’orange, een lekker yoghurtje en koffie met melk, we beginnen onze dag goed.
Daarna nog even wachten tot iedereen klaar is en dan vertrekken we. We rijden met een boog om de stad heen, dat schijnt vanwege de veiligheid te zijn, het zal.
We zien geen militairen, waar die dan gebleven zijn? Maar na een kilometer of wat staan ze ons dan toch op te wachten aan de kant van de weg. Ze brengen ons dus echt helemaal naar Rosso. We rijden verder over het platte en stoffige land. Alles ziet er stoffig uit, de aarde, de voertuigen, de huizen en de mensen. Hoe meer zuidelijk we rijden hoe meer groen we zien. Niet spectaculair maar heel voorzichtig begint het landschap te veranderen. Het wordt meer heuvelachtig en steeds groener, alhoewel dat nog wel prikbomen zijn. De dorpjes zien er redelijk verzorgd uit, soms hebben mensen een tentje waarin ze wonen, sommigen aan elkaar genaaide verzamelde oude lappen. Er zijn ook betere tenten bij, met witte daken. Middenin is het wat hoger en het loopt laag weg langs de zijkanten, daar kunnen zij met andere lappen de zijkanten dicht maken.
Sommigen hebben een betonnen bodem en daaromheen een heel klein muurtje gebouwd en daarboven is een tentdoek gespannen. Maar we hebben nog een variatie en dat is een betonnen bodem en daaromheen kippengaas. Er zitten of liggen vrouwen onder, en het dient als een woning. De laatste keuze zijn piepkleine huisjes met een plat dak, ongeveer ten grote van een gemiddeld schuurtje in Nederland. We zien dezelfde huisje maar dan helemaal betimmerd met verroeste blikplaten. Ziet er nog mooi uit ook.
Na uren rijden op een oude weg met gaten en waar de zijkanten flink zijn afgebrokkeld. Rijden we ineens op perfect asfalt, we weten niet wat we meemaken. Dat is wel even anders rijden dan het ontwijken van gaten en kuilen. Het wordt steeds drukker en dichter bebouwd, we naderen Rosso. Daar aangekomen stappen alle militairen uit de auto’s en gaan aan beide zijden van de weg staan, het lijkt wel een erehaag. De erehaag is dan wel de weg naar het wachten. We wachten uren en weten niet waarom. Cor is met alle paspoorten naar binnen, een soldaat in een groen legerpak met keurige enkellaarsjes in plaats van legerkistjes schrijft alle kentekennummers op van onze auto’s, zowel aan de voor en aan de achterkant! Je kan maar nooit weten hè, er zal maar een verschil zitten tussen de voor en de achterkant. Er liggen twee kleine pontjes klaar om de oversteek naar Senegal te maken. Bij de een kun je er zo oprijden en bij de ander moet je eerst door het water, ik ben benieuw op welke we de overtocht gaan maken.
Het is een druk verkeer op rivier van allerlei kleine langwerpige houten bootjes die van en naar de overkant varen. Er wordt van alles op vervoerd, personen, zakken rijst en zelfs een kudde geiten. We kijken hoed de geiten de boot uit komen en ik denk dat die geiten niet al te blij zijn. Ze worden echt de boot uit gesmeten en blijven soms nog half in de boot hangen. Zonder enig gevoel worden de poten dan gepakt en krijgen ze een zet extra. Al mekkerend staan ze verdwaasd in het water te kijken. Arme geiten.
Eindelijk is het dan zover, na het betalen van de nodige belastingen en net verhoogde prijzen krijgen we een bonnetje uitgedeeld voor het pont. Wij moeten door het water om er op te kunnen rijden, ik dacht het al. Het valt mee en we staan binnen de kortste keren op het pontje. De overtocht is maar een minuut of vijf en dan staan we in Senegal, maar we zijn er nog niet! We moeten ons opstellen in rijen en worden naar een kantoortje verwezen, net als we allemaal zitten blijken we in het verkeerde kantoortje te vertoeven dus worden we overgeheveld naar het volgende kantoor. Daar begint het lange wachten, want we moeten stuk voor stuk naar binnen en er worden vingerafdrukken genomen en een pasfoto. Het duurt uuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuren. Het begint nu al donker te worden en ik ben nog niet aan de beurt geweest. We zitten goed, vlakbij het veer dus het is een drukte van jewelste. In Senegal heb je direct het gevoel dat het leeft. Vrouwen lopen op straat met schalen op hun hoofd die zijn volgestopt met van alles en nog wat. Vaak nog een baby op de rug. Ik zie even geen gesluierde vrouwen en ze maken contact. Ze lopen in fleurig gekeurde kleding, dit wordt weer zwart Afrika en daar ben ik gek op.
Ineens moeten we allemaal gaan staan want de vlag wordt officieel gestreken, dat gaat op een hele serieuze manier, ook het vouwen en naar binnen brengen van de vlag. Wij zijn ondertussen weer gaan zitten en moeten weer gaan staan want de vlag moet officieel naar binnen worden gedragen, tuurlijk gaan wij weer staan.
Ondertussen blijft er druk personenvervoer van en naar het pondje gaan, er loopt zelfs een vrouw met een babybadje op haar hoofd en tot de nok toe gevuld met spullen. We zien kinderen die zwemmen met lege waterflessen op hun rug gebonden, tja zo kan je ook blijven drijven en gebeurt er met dat plastic ook nog wat goeds.
Terwijl de zon ondergaat doet de moskee de oproep tot het gebed, een mooi moment.
Ondertussen ontmoet ik de verkoper waar ik vorig jaar wat heb verkocht, maar dat was bij de andere grensovergang, ze krijgen volgens mij alles door .
Het is wel mooi om te horen hoe ze onze namen verbasteren als we worden opgeroepen voor de foto en de vingerafdrukken. De meest rare namen komen voorbij maar we komen er uit en om beurten mag iedereen naar binnen. In een klein kamertje zit een pikzwarte man achter een bureau en hij zegt geen woord, de enige beweging die hij maakt is het kauwen met half open mond op een stuk kauwgom. Ik kan er niets aan doen maar moet steeds aan Idi Amin denken. Een wat gezelliger type legt uit wat er moet gebeuren. Ik heb nog nooit zo mooi op de foto gestaan, prachtige kraalogen, het lijkt echt! Maar goed het visum wordt in mijn paspoort geplakt en ik mag het land in. Voordat iedereen deze procedure heeft doorlopen is het ongeveer 20.30 uur en kunnen we vertrekken, we moeten nog zo’n 100 km. rijden. In het pikkedonker met de knipperlichten aan rijden we in colonne naar st. Louis, jammer dat we niets meer zien dan een pikdonkere weg en knipperende lampen. Maar goed na ruim een uur rijden zijn we dan bij hotel Dior en hier staat er een diner voor ons klaar en grote flessen koud bier.
Dat laat iedereen zich goed smaken en het is een gezellige avond met de groep.
Te laat duiken we ons bed in, maar gezellig was het wel.