Home
Rotary Challenge NL
Rotary Challenge UK
Actueel
Volg ons!
Reisverslagen
Video's
Sponsoren
Contact
Mijn profiel
 
 

Maandag 6 november, 17e dag

Zand in mijn oren 
6 november 2017
Zand in mijn oren
Een nacht op een zanderige harde bodem slapen omdat mijn luchtbed lek is, bevalt toch wat minder. Ook het slapen in een tent met zoveel mensen was wat lawaaierig zullen we maar zeggen.

Toen ik ‘s nachts de grote zandbak in moest om te toiletteren, moest ik over de slapende en snurkende lichamen heen stappen. Die Mauritaniërs hebben slaap en gaan liggen, geen deken geen matras, behalve mijn kledingtas, die werd gebruikt als kussen. Echt uitgeslapen ben ik dus niet, maar goed er moeten weer kilometers worden gedraaid. We pakken de boel en laden de auto weer in, die ondertussen net een kleine zandbak is geworden. Laten we het over de chaos in de auto maar niet hebben, na een paar dagen rijden ligt alles niet meer op de plaats waar het zou moeten liggen. We gaan op pad naar Nouakchott. Het is eindeloos kaal als we door het landschap rijden, bijzondere combinaties zien we. Aan de ene kant van de weg is het zand grijzig en aan de andere kant van de weg geel/bruin. Maar het is mooi, als je je ogen goed opent. Af en toe zijn er hele kleine dorpjes, vaak witte vierkante huisjes met blauwe of turquoise geschilderde golfplaten daken. Meestal zie je er een schooltje tussen staan, een dak en i.p.v. muren gaas dan kan het lekker doorwaaien. Dat is ook wel nodig want het is heet, heel heet. We stoppen voor een lunchpauze vlakbij een dorpje. Fout, want we worden belaagd door hordes kinderen die allemaal een pen, ballon, speeltje, schrift etc. willen. Rustig lunchen is er niet meer bij. Ik ben blij als we weer in de auto zitten, even de rust terug.

Eindelijk komen we aan in Nouakchott en we hebben afgesproken dat we direct naar het ziekenhuis rijden. We rijden meer dan een uur door een arme wijk en worden er geweldig doorheen geloodst door Arie die precies aangeeft waar we rechts of links moeten of dat we uit moeten kijken voor een ezel. In colonne rijden we zo door de stad. Arm, druk want overal zie je mensen en iedereen heeft wel wat te koop, soms een hele straat met allemaal dezelfde producten. Tussendoor lopen er veel ezelwagentjes volgeladen met jerrycans diesel en dat wordt dan weer verkocht aan hele kleine winkeltjes die als benzinepomp werken.  Eindelijk komen we aan bij het ziekenhuis en de eerste indruk is groot! We staan voor de poort en mogen er niet in, wat een welkom. Na veel touwtrekkerij mogen we dan toch allemaal naar binnen rijden, het voelt wat raar aan. We komen hier tenslotte een couveuse en een echoapparaat brengen! Ook zien we geen enkel Rotary lid, die zouden hier komen om ons te ontvangen, maar waar zijn ze dan? De directeur komt er aan en neemt ons maar even mee naar zijn kantoor, geen welkomstwoordje, geen bedankje, niet! We gaan dus maar uitladen. Het wordt aangepakt en in het goedgevulde magazijn neergezet en dat voelt erg katterig. De directeur in geen velden of wegen meer te bekennen en wij uitladen. Ik had veel meer willen geven maar denk bekijk het maar, ik weet nog een paar plekken waar ze het hard nodig hebben, dan geef ik het daar wel af. Wat een katterig gevoel hoe ik aan deze actie over, bah. We vragen of we een kleine rondleiding mogen krijgen en zijn verbaasd als we op de couveuseafdeling komen en daar al een paar couveuses zien staan, was de onze dan zo hard nodig? Volgens de mensen in het ziekenhuis wel omdat ze  op regelmatige basis alle couveuses nodig hebben. We verlaten het ziekenhuis zonder afscheid te nemen vn de directeur, die is in geen velden of wegen meer te bekennen. Op naar Auberge Awkar waar we toch weer een uur over doen, we zijn moe, stoffig en willen douchen en eten. Als we eindelijk in het donker aankomen en om onze kamers vragen blijkt de eigenaar die te hebben verhuurd. Hij geeft Bamba de schuld en zegt dat die verkeerd gereserveerd heeft. Ik heb die man nog nooit vertrouwd, hij heeft gewoon gedacht ik kan nu verhuren en dan zien we verder wel. Vervolgens geeft Jan aan dat het eten hier zelf moet worden betaald terwijl hij had gezegd dat al het eten erin zit bij Mauritanië. Er ontploffen een aantal mensen. Hij heeft maar twee kamers, die krijgen wij. Ik denk dat is mooi dan pak ik hem in zijn kladden want ik ben goed boos en het ergste is dat Bamba de schuld krijgt. Het eindigt in iedereen boos en op zoek naar een ander hotel. Dat vinden we en ik ben nog tijden met Bamba bezig die zich goed rot voelt over de hele situatie.
Hij komt zelfs met een formulier aan waarop staat wat er op welk moment gebeurt en dat is gestempeld door de regering. Hij heeft echt Awkar gereserveerd, daar bestaat geen onduidelijkheid over. In het nieuwe hotel heeft iedereen een kamer en een lekkere douche en er kan worden gegeten.

Terwijl ik nog met Bamba bezig ben is Moctar onze Rotaryvriend ineens ten tonele verschenen.   
Hij heeft van de arts gehoord dat wij langs geweest zijn en is naar Awkar gegaan en heeft te horen gekregen dat we verhuisd zijn. Hij vindt het allemaal heel erg vervelend want hij dacht dat we een dag later aan zouden komen. Het is allemaal erg jammer dat het zo is gelopen. Ik ga met een rotgevoel naar bed.